Laden...
Naar Facebook

Geschiedenis

Jan van Speyk, in 1802 geboren, was reeds vroeg wees, zodat hij werd opgevoed in het Burgerweeshuis in Amsterdam.

Hoewel Jan Carel oorspronkelijk voor kleermaker werd opgeleid, werd hij door de zee aangetrokken. Hij wist zich door zelfstudie te bekwamen, zodat hij in 1820 een plaats als stuurmansleerling kreeg.


In 1830 werd hem het bevel over Zr. Ms. Kanonneerboot No.2 opgedragen. Het schip werd bij het Schelde flottielje ingedeeld. Op 5 februari 1831 waaide het hard op de Schelde en het ten anker liggende schip raakte door het krabben van het anker aan lager wal.

Van Speyk had gezworen dat zijn schip nooit in handen van de opstandelingen zou vallen. Hem bleef maar één middel over om die eed gestand te doen. Hij ging benedendeks en stak een sigaar op. Even later vloog het schip door de ontploffende kruitkamer met een donderende knal de lucht in.

Behalve enkele schepelingen die over boord waren gesprongen, vonden alle opvarenden de dood. Deze daad van Van Speyk veroorzaakte een golf van enthousiasme in Noord-Nederland. Het stoffelijk overschot van Van Speyk werd met grote luister in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bijgezet.


De opoffering van Jan Carel Josephus van Speyk zorgde voor grote bewondering in het prille Koninkrijk der Nederlanden. Zo besloot Koning Willem I op 11 februari 1831 dat er altijd een schip bij de Koninklijke Marine zou varen dat Van Speyk heet.

De overblijfselen van zijn schip werden gekoesterd. De mast staat nog altijd bij het Koninklijk Instituut voor de Marine. 

Nog steeds zingen de Adelborsten: 

Het voorbeeld door Van Speyk gegeven, volgen wij met hart en hand.' 

 

×